Printversie

Bibliografie

Loose, Arnold : De Johannespassie van Adriaen Willaert (of is het van Cypriaan De Rore?)

in : Adriaen Willaert Foundation vzw - Nieuwsbrieven, 4de jaargang nr 4 29 februari 2008



Citeert werken van De Rore:
-->

Naar top

Citeert de volgende werken van De Rore

1 : Passio Domini nostri Jesu Christi secundum Johannem, 2-6 vv (Passie) - [Rore?, 0, 5 Refs.]
- : 'Van deze PASSIO DOMINI NOSTRI JESU CHRISTI SECUNDUM JOANNEM bestaan er slechts twee volledige oude bronnen: vooreerst een manuscript in het Civico Museo Bibliografico Musicale te Bologna (BolC Q24) en daarnaast een gedrukte versie afkomstig van de Parijse drukkers Adriaen Le Roy en Robert Ballard. Een handschrift in Modena bevat enkel een fragment.
De gedrukte versie is uit 1557 en schrijft de compositie toe aan Cypriaan De Rore. Het manuscript daarentegen is niet gedateerd en vermeldt als componist Adrianus Willaert. Musicologen zijn het niet eens wie de echte auteur is.
Duidelijk is dat de twee versies niet van elkaar zijn afgeschreven. Er zijn nogal wat verschillen zodat men mag veronderstellen dat de passie in de loop der jaren bewerkt is geworden en er wellicht verschillende "handschriftfamilies" in omloop zijn geweest.
Arnold Schmitz heeft de passie uitgegeven in 1955 (Oberitalienische Figuralpassionen des 16. Jahrhunderts) en is de mening toegedaan dat de Parijse versie van Le Roy en Ballard de oudste is en dus de meest oorspronkelijke. Voor hem is het duidelijk dat De Rore de auteur is. Prof. Schmitz heeft dan ook zijn publicatie, op enkele kleine passages na, op die versie gebaseerd. De Passiecompositie moet in Ferrara ontstaan zijn en daardoor stelt men dat ze moet gecomponeerd zijn in de korte periode waarin De Rore daar verbleef, nl. tussen 1544 en 1547.
Het handschrift uit Bologna, dat ook nog andere composities bevat, waaronder drie motetten van Willaert, is wellicht heel wat later, later zelfs dan de gedrukte versie. Schmitz stelt dat de verschillen tussen de twee versies komen van latere toevoegingen aan het Bolognamanuscript. Bijv.: in de Parijse versie zijn de delen met de woorden van Christus tweestemmig, in het manuscript driestemmig. De driestemmige versie heeft als onder- en bovenstem dezelfde muziek als de tweestemmige. Er is dus een derde stem meer in het midden. Voor Schmitz is die middenstem duidelijk ("Nogal onhandig" , zegt hij) tussen de twee oorspronkelijke stemmen bijgecomponeerd.
Bernhard Meier, die de opera omnia van Cipriano de Rore heeft uitgegeven, heeft de passie niet opgenomen in zijn publicaties omdat hij ze toeschrijft aan Willaert. Hetzelfde doet David M. Kidger in zijn "Adrian Willaert. A guide to research". Beiden wijzen, zonder veel argumenten evenwel, naar de stijl. Het is hier echter niet gemakkelijk vanuit de stilistische kenmerken conclusies te trekken want het werk is eerder sober uitgewerkt. Het is namelijk duidelijk in functie van de liturgie geschreven en niet voor concertuitvoering. In de goede week worden in de passieliturgie traditioneel de vier passieverhalen voorgedragen, aan n stuk door, in een gregoriaanse recitatiefstijl. De polyfone versies komen uit die traditie voort en blijven dus deze eerder sobere declamatiestijl volgen.
Paul Van Nevel heeft bij Deutsche Harmonia Mundi in 1988 een volledige uitvoering op cd gebracht. Het is een buitengewoon mooie interpretatie geworden die het werk alle eer aandoet, dank zij de uitnemende zangers en instrumentalisten en dank zij de historisch verantwoorde en tezelfdertijd zeer boeiende interpretatie. Ook Van Nevel erkent enkel Cypriaan De Rore als de componist. De naam Willaert komt bij hem helemaal niet voor, noch op de cover, noch in de bijsluiter. (zie bijlage). Nochtans is zijn uitvoering gedeeltelijk (of volledig?) op het manuscript gebaseerd, inclusief de driestemmigheid van de Christusrollen.
Vorig jaar, van 14 tot 17 juni 2007, had in Kopenhagen (Denemarken) een studiebijeenkomst plaats, ingericht door de theologische faculteit van de universiteit met als hoofdthema: "Passion of Christ". Men besprak er verschillende opvattingen (oud en nieuw) van het lijden van Christus, zowel in afbeeldingen, teksten als muziek. Voor het muzikale gedeelte werd gekozen voor een vergelijking tussen de Johannespassie van Cypriaan De Rore met die van Arvo Prt. Op hun website kunnen we een samenvatting lezen van de conferenties. Interessant is dat we er ook enkele muziekfragmenten uit beide passiecomposities kunnen beluisteren, en terloops ook een fragment uit de Lukaspassie van Penderecky. De muziekvoorbeelden van de Johannespassie van De Rore zijn genomen uit de hier reeds vermelde opname van Huelgas o.l.v. Paul Van Nevel. Uit de hier geboden tekst kunnen we opmaken dat op die studiebijeenkomst een mogelijke toewijzing van de passie aan Willaert niet in aanmerking werd genomen.
Wie de partituur van de Johannespassie wil ter hand nemen, de uitgave namelijk van Arnold Schmitz, kan daarvoor terecht in de Centrale Bibliotheek van de Katholieke Universiteit van Leuven.
info:
http://ritualcenter.net/conf2007/johns.php
http://ritualcenter.net/conf2007/media/crudele.mp3'


Naar top



Pagina laatst bewerkt : 4/02/2016 13:18:08
Eigen code : #Ref_6985